Uit ons kerkblad 'Op Weg'. Meer lezen? Zie adressen - kerkblad

Grijpt God in?

reacties \/

Persoonlijk vind ik dit een van de moeilijkste vragen van het Christelijk geloof. Is God bij machte om in te grijpen in onze wereld? De Bijbel spreekt onbekommerd over hem als iemand die de wereld bestiert. Zijn wil is wet. Regen en droogte, gezondheid en ziekte, geluk en ongeluk, leven en dood, alles valt ons toe vanuit zijn vaderlijke hand. De mens worstelt in dit oude boek regelmatig met Gods wil. Denk maar eens aan Job of aan Jezus in de hof van Getsemane. Maar Gods ingrijpen wordt als een feitelijk gegeven geaccepteerd. Zelfs Prediker, die twijfelt aan alles, maakt een voorbehoud als het om God gaat.

Met de toegenomen kennis van onze wereld is de ruimte voor Gods ingrijpen voor velen van ons steeds kleiner geworden. Regen en droogte worden bepaald door natuurkrachten en de geheimen van gezondheid en ziekte ontrafelen we steeds verder. Zelfs leven en dood krijgen we meer en meer in onze greep. Je vraagt het je af blijft er nog een terrein over waar God wel wat in de melk te brokkelen zal hebben of wordt hij overbodig en kunnen we het in de toekomst zelf wel af? Is God dus niet meer dan een soort van stoplap voor de vragen waar wij (nog) geen antwoord op hebben?

Een ander probleem met Gods ingrijpen is dat het zo willekeurig over komt. Geluk en ongeluk worden nou niet bepaald rechtvaardig verdeeld in onze wereld. Schurken leiden een lang en welvarend leven en oprechten sterven een roemloze dood. Natuurrampen treffen bij voorkeur de meest arme en kwetsbare mensen. Jonge levens worden in de knop geknakt en voor mensen oud en der dagen zat komt de dood vaak jaren te laat. Bij Pauw en Witteman kun je dan ook regelmatig horen dat als er een God bestaat hij er wel een zooitje van maakt. Daar kan ik beide heren geen ongelijk in geven. Natuurlijk kun je tegenwerpen dat Gods wegen voor ons ondoorgrondelijk zijn en dat alle onrecht zal worden rechtgezet bij het laatste oordeel, maar daarvoor moet je wel een heel groot geloof in huis hebben. Bovendien vraag ik me af welke hemelse zaligheid er kan opwegen tegen het verziekte leven van iemand die bijvoorbeeld in zijn jeugd seksueel misbruikt is?

Als wij bidden om Gods ingrijpen dan is dat vaak als wij in nood zijn. Bij ernstige ziekte bijvoorbeeld als de doctoren geen uitkomst meer kunnen bieden. Bij onzekerheid over de toekomst van onszelf of onze geliefden. Ik vraag me altijd af of hoe dat dan bij God werkt. Hoort hij ons allemaal aan en gaat hij dan vervolgens bepalen wiens gebeden hij wel of niet verhoord? Welk criterium gebruikt hij daarvoor? Nog zon vraag: grijpt hij alleen in als je bidt of maakt een humanist ook kans om geholpen te worden? Misschien denkt u nu dominee, u moet niet zoveel vragen stellen, u moet het gewoon geloven. Maar dat bevredigt mij niet, zoals u zult weten als u mij een beetje kent. Van Prediker heb ik immers geleerd dat vragen het tweelingzusje is van geloven.

Gods ingrijpen, ik krijg er steeds meer moeite mee. Ik zal dan zelf ook niet zo snel meer bidden om genezing of om redding. Liever vraag ik om de wijsheid om met de dingen die ons overkomen op een goede manier om te gaan. Geen gebed om fysiek ingrijpen dus maar meer in geestelijke zin. Heel mooi vind ik de volgende bede. God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen, de moed om te veranderen wat ik kan veranderen, en de wijsheid om tussen deze twee onderscheid te maken. Een prachtige nieuwjaarswens die ik u allen, en mijzelf zeker ook, graag wil meegeven.

Ds. Harold Oechies

/\

Grijpt God in: reacties en de uitdaging

Hoe moet ik je overweging uit het laatste kerkblad (Grijpt God in?) verstaan, zo vroeg iemand mij onlangs. Het lijkt mij goed om het antwoord op deze vraag ook me u als lezers van Op Weg te delen. Ik probeer mijn overwegingen meestal te schrijven vanuit een actuele vraag uit kerk en wereld. De bedoeling van mijn laatste overweging was om u te prikkelen en uit te dagen om tot een eigen positiebepaling te komen. Met andere woorden hoe u denkt u zelf over de heikele kwestie of God ingrijpt of niet? Uit de vele reacties die ik de afgelopen weken mocht ontvangen blijkt dat dit gelukt is. De strip van Ds Op Weg in hetzelfde nummer van het kerkblad was gelijk al een reactie. Herhaaldelijk kreeg ik te horen dat het mensen goed had gedaan dat ik het had aangedurfd stelling te nemen en niet om de hete brei had heen gedraaid. Het ‘u verwoordt wat ik altijd al had gedacht’, was niet van de lucht. Anderen reageerden met ‘ik weet ook niet hoe het zit met Gods ingrijpen in de wereld, dat blijft voor mij een mysterie, maar ik houd de mogelijkheid open dat hij ingrijpt’. Of ‘ik houd me eraan vast dat God ingrijpt want als ik daar aan ga twijfelen dan zou mijn hele geloof als domino stenen kunnen omvallen’. Kortom hele verschillende reacties zoals je ook mag verwachten bij zo een centrale vraag uit het Christelijk geloof. Let wel met al die stemmen ben ik blij, ik schrijf mijn overweging immers niet vanuit de gedachte dat ik de waarheid in pacht heb en dat iedereen zo zou moeten geloven als ikzelf. Dat zou ook wel een saaie boel worden. Ik houd van die rijkdom aan meningen en geloofsopvattingen binnen onze ene Protestantse gemeente van Uithoorn.

Tegelijk realiseer ik me dat het uiten van je mening wel een bepaalde geestelijke stevigheid vergt. Kun je omgaan met andere visies zonder je zelf direct aangevallen te voelen? Mogen er verschillen zijn zonder dat dat jouw fundament aantast? Hoe stevig je in je schoenen staat blijkt uit de manier waarop je met tegengestelde ideeën omgaat. Ontsteek je bijvoorbeeld in woede door te zeggen ‘dominee, hoe kunt u dat schrijven?’ Of reageer je met ‘ interessant dominee, maar ik ben het van harte met u oneens’. Kortom ben je in staat om met een eigen positiebepaling te komen door ‘ik’ te zeggen of blijf je het bij de ander zoeken met ‘u doet het verkeerd’. Jezelf differentiëren heet dat met een mooi woord. De uitdaging hierbij is om ondanks de verschillen het contact met de ander niet te verliezen. Dus een ‘ik’ te kunnen zijn en de band met anderen ‘ikken’ intact te houden. Het is een uitdaging waar velen van ons mee te maken hebben niet alleen in de kerk maar bijvoorbeeld ook in onze relaties. Veelvuldig is de ene partner wel kerkelijk betrokken en de ander niet of in veel mindere mate. Verschillen aankunnen zonder in een kramp te schieten daar gaat het om. Als mijn overweging daartoe kan bijdragen ben ik een tevreden mens.

Ds Harold Oechies

www.pkn-uithoorn.nl/kerkblad