Preken lezen

Preek zondag 10 december - ds. Ruurd van der Weg

Preek, gehouden op 10 december 2017, Tweede zondag van Advent Thema: ‘Hopeloos hoopvol’

 


Net als u krijgen ook wij regelmatig – ongevraagd – allerlei schitterende aanbiedingen via de brievenbus op de deurmat of via de digitale inbox op de computer. Van verschillende loterijen: u hebt een geweldige prijs gewonnen! Of van kranten: een proefabonnement van acht weken voor bijna niks. En van supermarkten, kledingzaken, wijnwinkels, enz. Bij al die aanbiedingen bekruipt me het gevoel; dat is te mooi om waar te zijn. En dat is dan meestal ook zo! Voor die prijs moet je eerst aan allerlei voorwaarden voldoen en verplicht meedoen… Als je zo’n goedkoop krantenabonnement neemt word je daarna tot vervelens toe gebeld… Er zit altijd een addertje onder het gras. Te mooi om waar te zijn.

 

Ook de bijbel staat vol met ‘aanbiedingen’ die te mooi lijken om waar te kunnen zijn. Vooral de profeten uit het Oude Testament zijn daar berucht om. Ze hebben voortdurend visioenen ‘in de aanbieding’, over een nieuwe wereld van vrede en recht, zonder oorlogsgeweld, waarvan je denkt: dat kan niet, dat is te mooi om waar te zijn. Jesaja is er ook zo een – we hebben net dat visioen gelezen van oorlogstuig dat omgesmeed wordt tot landbouwwerktuigen. Onbestaanbaar, te mooi om waar te zijn.

Er zijn grosso modo twee reacties op zo’n onmogelijk visioen. De ene is dat je er als mens door verpletterd wordt: dit is zó hoog en wonderbaar, dit is zó ver losgezongen van de gewelddadige aardse werkelijkheid – hier is geen beginnen aan. Het wordt toch nooit wat. Je raakt al helemaal verlamd bij het idee. Hoe kan ik als klein mens ooit die wereld van vrede en recht bewerkstelligen? Wat maak ik nou voor verschil? Het heeft toch geen zin wat ik doe…

 

De andere is, dat je er juist door geïnspireerd raakt en dat je de handen uit de mouwen steekt en flink aan de slag gaat: in vrijwilligerswerk, in vluchtelingenhulp, in de diakonie, bij Amnesty International. Dadendrang, daadkracht. Tot je merkt dat al je inzet en al je inspanningen maar een druppel op de gloeiende plaat zijn, dat het op wereldschaal gezien niks uithaalt. Je kunt het gevoel krijgen dat het nooit genoeg is wat je doet. Je armen zijn altijd te kort. En er ontstaat heel makkelijk een soort vaag schuldgevoel dat je nooit kunt voldoen aan die hoge verwachtingen van het visioen, ja, aan de hoge verwachtingen van God Zèlf. En bovendien komt het ook altijd op dezelfde schouders neer – en ik moet al zoveel… Heeft het eigenlijk wel zin wat ik doe?

 

Het wonderlijk is dus dat deze twee totaal verschillende reacties op het vredesvisioen uiteindelijk dezelfde uitwerking kunnen hebben: mensen haken af, òf verpletterd en verlamd, òf gefrustreerd en belast met een knagend gevoel van voortdurend tekort schieten. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Er is gelukkig een derde weg en dat is de weg van de hoop, het geschenk van de hoop.

 

Want wat is nu eigenlijk het doel van Jesaja’s visioen, van al die andere geweldig mooie bijbelse visioenen? In ieder geval drie dingen.

In de eerste plaats fungeren ze als spiegel, als moreel kompas: zo zou het moèten zijn, maar zo ís het nog lang niet! En dat komt door machtsmisbruik, egoïsme, hebzucht, zeggen de profeten. Al die profetische visioenen zijn evenzovele kritische aanklachten tegen de status quo waar onrecht en geweld het voor het zeggen hebben. Mensen hebben een moreel kompas nodig, een visioen, een visie om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad of tussen twee kwaden. Waar het visioen ontbreekt, verwilder(s)t het volk. Rutte gaat er prat op dat hij geen visie heeft – en dat is natuurlijk wel degelijk een visie! Maar louter pragmatisme is de dood in de pot. Als er geen wenkend perspectief is, geen ideaal om je voor in te zetten, dan stagneert de boel.

 

In de tweede plaats is het bijbelse visioen inderdaad bedoeld om mensen te inspireren tot handelen, tot doen, met dat morele kompas in de hand. Dus hulde aan al die mensen die een bijdrage leveren aan een betere wereld! Uit allerlei onderzoeken blijkt dat kerk en geloof veruit de meeste vrijwilligers leveren.

Maar – en nu kom ik bij punt drie waar het mij om gaat -: het bijbelse visioen is ook een geneesmiddel, een medicijn. Tegen het altijd maar moeten. Tegen tekort schieten. Tegen teleurstelling. Tegen schuldgevoel. Tegen afhaken. Tegen verbittering. Tegen cynisme. Want wat is het opvallende van werkelijk alle bijbelse visioenen? Dat is de hoop op God. Tenslotte geeft Gòd vrede, Gòd bewerkstelligt gerechtigheid, Gòd voltooit. Wij mensen maken niet alles nieuw, God maakt alles nieuw. Ik vind dus het liedje ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ helemaal niet zo gek. Het is maar hoe je het zegt en wat je ermee bedoelt. Het geschenk van de hoop.

 

Waarom is dit nu zo belangrijk? Ik heb al gezegd dat je als vrijwilliger, sterker nog als mens, onherroepelijk geconfronteerd wordt met die wanhopig stemmende vraag: heeft het allemaal wel zin wat ik doe? ‘Al wat ik doe, al wat ik wil, het is te zwak, te koud, te klein’ (lied 512). Ik vergeet nooit de titel van het boekje van Aleid Schilder, uit 1987 alweer, over depressies bij gereformeerden: ‘Hulpeloos, maar schuldig’. U en ik, jong en oud, vroeger of later lopen we aan tegen de condition humaine, het menselijk onvermogen, het menselijk tekort, de menselijke onmacht en de tragiek daarvan. Hoe goed je je best ook doet voor het grotere geheel, we gaan het niet redden. De werkelijkheid is te weerbarstig.

 

Een voorbeeld dat mij momenteel zelf nogal bezig houdt, een frustratie. Het vliegverkeer en de grote vaart, de koopvaardij stoten zoveel CO2 uit dat het hele klimaatakkoord van Parijs zinloos is. De vliegtuigen en de grote schepen doen alle klimaatdoelen teniet. Dat vind ik zeer schokkend en démotiverend. Dan heb ik het visioen van Jesaja nodig, dan heb ik het geschenk van de hoop nodig, dan heb ik God Zelf nodig, want alleen daardoor kan ik de vreugde en de lichtheid van het leven behouden. Zonder hoop op God die alles nieuw maakt raak ik gefrustreerd en haak ik af. Met alleen de supersnelle technologische ontwikkelingen van de afgelopen honderd jaar, waar we alle heil en alle oplossingen van verwachten, komen we er niet. Integendeel, ze veroorzaken nieuwe problemen en we raken van de regen in de drup. We gaan steeds meer beseffen dat het leven in veel opzichten niet maakbaar is, dat veel problemen niet oplosbaar zijn en dat ‘grip en controle op de dingen hebben’ maar al te vaak een illusie is… De tragiek van de menselijke onmacht, op wereldschaal, maar ook in je persoonlijke leven. En nu weer terug naar het visioen van Jesaja. God treedt uiteindelijk handelend op, Hij geeft onderricht, Hij wijst de weg en Hij spreekt recht – en dan komen volken en naties in beweging, ze smeden hun zwaarden om tot ploegijzers.

 

Ja maar, dominee, dan dus maar passief en berustend afwachten? Na ons de zondvloed? Dus dan maar geen zonnepanelen, geen afvalscheiding, niet zuinig met energie en water, dan maar geen geld geven aan en brieven schrijven voor Amnesty International, dan maar geen vrijwilligerswerk? Nee, natuurlijk niet. De handen blijven uit de mouwen, maar nu anders. Niet meer als een zware last, of omdat het moet, of uit schuldgevoel of uit de gedachte dat jij het allemaal zult regelen en oplossen. Nee, je doet het nu omdat het moreel juist is, vanuit het visioen. Omdat het in zichzelf goed is, ook al zie je weinig tot geen tastbaar resultaat. Omdat je het wilt. Omdat je het niet laten kunt. Omdat je er plezier aan beleeft. Omdat je hoopt dat God het kleine steentje dat jij bijdraagt kan gebruiken om Zijn Koninkrijk mee te bouwen. Omdat God het is, die geeft en schenkt en bekroont en voltooit.

 

Jezus ziet al die vermoeide mensen die onder lasten gebukt gaan. Misschien ook onder de last van hun opvoeding (plichtsbesef!, verantwoordelijkheidsgevoel!), onder de last van een innerlijke, strenge beoordelaar, of de last van een streng godsbeeld, of dat duiveltje dat op je schouder zit en voortdurend fluistert dat het niet goed genoeg is en dat het allemaal zinloos is… Heel vermoeiend allemaal. ‘Ik zal jullie rust geven’, zegt Hij, ‘Mijn juk is zacht, mijn last is licht’. Rust, zachtheid – in de eerste plaats voor jezelf! – en lichtheid – dat is het troostrijke en hoopvolle geschenk dat Jezus ‘in de aanbieding’ heeft – en er zitten geen addertjes onder het gras!

 

Dat aanbod zit ook al in het visioen van Jesaja. Na het weidse uitzicht op de top van de berg keert hij terug naar het dal waar het leven met al z’n oorlogsgeweld gewoon doorgaat. En dan staat er: ‘Kom mee, laten wij leven in het licht van de HEER’. Je kunt het ook vertalen als: laten wij wandelen in het licht van de HEER. Dat vind ik bemoedigend: wandelen, de menselijke maat. ‘De kalme gang, de kleine taak zijn ruim genoeg voor Godes zaak’ (lied 215). Wandelen in het licht. Ik lees er ook in dat het licht er dus al is, allang, nog voordat wij aan onze wandeling door het leven beginnen. Het zal er ook zijn wanneer onze wandeling ten einde komt. Het licht schijnt al en het nodigt uit tot wandelen, tot doen wat je hand vindt om te doen, tot een hoopvol leven.

 

Jesaja zag zijn visioen van hoop in de achtste eeuw voor Christus, toen Jeruzalem aangevallen werd door het wereldrijk Assur. Anno 2017 zijn we nog niet veel opgeschoten… En toch worden we niet cynisch, niet gefrustreerd, niet onverschillig, we haken niet af. Hoe dat komt? Dat komt door de hoop. De Franse dichter Péguy was een socialist in hart en nieren, die faliekant tegen de kerk was, maar die zich later bekeerde tot het geloof. Hij sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog, aan het front, 41 jaar jong. De situatie was hopeloos, ook voor hem persoonlijk. En toch zette hij zich voor een betere wereld en verbond dat met zijn geloof in God. In het gedicht, dat hieronder staat, als slot en als boodschap van deze preek, is hij op zoek naar het geheim van de hoop. Ik vind het ontroerend mooi, het spreekt voor zich in alle eenvoud. Het heet:

 

‘De kleine hoop’.

Het geloof waar ik het meest van hou, zegt God, is de hoop.

Geloof, dat verwondert me niet.

Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig,

in de zon en de maan en de sterren aan de hemel

en in 't gewemel

van de vissen in rivieren,

en in alle dieren,

en in het hart van de mens, zegt God,

dat het diepste is,

en het meest in het kind

dat het liefste is

dat ik ooit heb geschapen.

In alles wat boven en onder is

ben ik zo luisterrijk aanwezig,

dat geloven, zegt God, in mijn ogen

geen wonder is.

Ook liefde verwondert me niet, zegt God.

Er is onder de mensen zoveel verdriet,

soms niet te stelpen,

dat je toch vanzelf ziet

hoe ze elkaar moeten helpen.

Ze zouden wel harten van steen

moeten hebben als ze voor één

die tekort heeft het brood

niet uit hun mond zouden sparen.

Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet.

Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop.

Daar ben ik van ondersteboven.

De mensen zien toch hoe het er in de wereld vandaag toegaat

en toch geloven ze

dat het morgen allemaal beter zal gaan.

Wat een wonder is er niet voor nodig

dat zij dat kleine hoopje hoop

nooit als overbodig ervaren

maar met voorzichtige gebaren

in hun hand en in hun hart bewaren,

een vlammetje dat keer op keer weer

wankelt en dreigt neer te slaan

maar altijd weer weet op te staan,

en nooit wil doven.

Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven.

Geloof en liefde zijn als vrouwen.

Hoop is een heel klein meisje van niks.

Zij stapt op tussen de twee vrouwen

en iedereen denkt: die vrouwen houden

haar bij de hand,

die wijzen de weg.

Maar daarvan heb ik meer verstand,

zegt God, ik zeg:

het is dat kleine meisje hoop

dat al wat tussen mensen leeft

en al hun heen en weer geloop

licht en richting geeft.

Want het is dat kleine meisje hoop

- je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,

je denkt soms dat het zo onooglijk is -

het is dat kleine meisje hoop

dat de mensen zien laat, zien soms even,

wat in het leven mogelijk is.

Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou,

de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop.

Geloof, dat verwondert me niet.

Liefde, dat is geen wonder.

Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.

Ikzelf, zegt God, ik ben ervan ondersteboven.

 

ds. Ruurd van der Weg

E-mail:          

 

Verkondiging zondag 3 december 2017, 1e Advent

Eerste lezing, Jesaja 40:1-11, in een bewerking voor twee stemmen.

herderVerteller: Hoeveel jaren wonen de mensen van Israël nu al niet in een ander land, in een land dat niet van hun is, waar ze vreemdeling zijn? Wel bijna 70 jaar. Wat moet je dan als profeet, als profetes? Je moet de mensen iets van God vertellen, maar waar haal je dat vandaan?

Een profetes zit somber terneer. Ze denkt aan Jesaja, de grote profeet van lang geleden, die zulke geweldige woorden van God had gekregen. Dat zou zij nooit kunnen. Maar ineens klinkt een stem:

Stem: Troosten, troosten moet je mijn volk!

       Je moet Jeruzalem moed inspreken

       en de mensen vertellen

       dat het nu wel klaar is met schuld en straf:

       wat ze ook verkeerd gedaan hebben,

       het is dubbel en dwars vergeven.

Lees verder:Verkondiging zondag 3 december 2017, 1e Advent

Bezinning en Verdieping

Meditatiegroep

Meditatiegroep

Cursussen >

Life@Faith

Life@Faith

Life@Faith wordt gevormd door een klein aantal jongvolwassenen.

Iedere tweede donderdag van de maand van 20.30 tot 22.00 komen wij bij elkaar in de huiskamer. Iedereen (tussen de 19 en 50 jaar) die zich me

CB Login