75 jaar bevrijding

Wat gaat er nu door je heen als je die oorlog meemaakte? Hij begon toen ik vijf jaar was. Te jong nog om te beseffen hoe erg het allemaal was.

Maar ik heb wel mijn herinneringen. Mijn verhalen heb ik inmiddels op de scholen van al mijn kleinkinderen verteld. Telkens weer verrast mij hoeveel zij – dankzij juf en meester! – van die oorlog weten. En als op 4 mei de jaarlijkse herdenking op de Dam plaats vindt, staan daar honderden moeders en vaders met kinderen. Het ontroert mij. Even wordt weer aan die weerloze slachtoffers en verzetshelden gedacht. Ook aan mijn vader.

 

Van mijn verhalen maak ik geen drama’s. Mijn vader was nooit thuis, maar waarom wist ik niet. Ja, ‘hij deed gevaarlijke dingen’. Twee Duitsers kwamen ineens ons hele huis doorzoeken. De kamer waar – smoes van mijn moeder – een ernstig zieke patiënt lag, sloegen ze gelukkig over. Ook mijn vieve oude oma kreeg Duits bezoek: waren daar spullen van mijn vader, zoals bonkaarten voor onderduikers verborgen? Zij had ineens (ha, ha!) haar voet verstuikt en mocht op de hooikist in de keuken blijven zitten…

We speelden op straat, maar was er luchtalarm dan moesten we naar binnen. ’s Nachts waren er vaak de vliegtuigen die over vlogen; Engelse; of Duitse? Het luchtalarm ging af en bij kaarslicht speelden we Halma of Mens-erger-je-niet. Tot het weer veilig was. Waren we bang, dan mochten wij bij mama in het brede lits-jumeaux slapen. Toen uit onze klas ineens twee meisjes werden weggehaald, kon onze juf haar verhaal niet afmaken. ‘Pakken jullie je leesboek maar’. Die altijd lachende en lieve juf; ze huilde. Er was in onze straat een leuk meisje met zwarte krullen. Ze mocht altijd voorop op mijn step, maar ineens was ze weg. Ik wist toen echt niet waarom.

 

Verhalen. Je kunt ze afzwakken, mooier en spannender maken. Gelukkig was ik nog kind.

Wat ik mij vooral als hevig herinner is die verschrikkelijke hongerwinter. In september 1944 gingen even de vlaggen uit, maar het ergste moest nog komen. Uren in rij voor een half brood. Het was net op als je eindelijk aan de beurt was. Daarna was er helemaal geen brood meer. Bij de gaarkeuken in de rij voor een lepel soep. Uitgemergelde jochies likten de restjes. Kolen en hout waren er niet meer. De laatste maanden van de oorlog werden op bed doorgebracht. Dekens om je warm te houden. Wachten op de dag die komen zou.

 

Toen: mei 1945, eindelijk die oorlog voorbij. Wat je toen voelde en beleefde – ik kan het niet onder woorden brengen. De uitzinnige vreugde. Tranen van blijdschap en verdriet. Vlaggen, gejuich, zang en muziek. Thuis en vooral ook op straat. De Canadezen met hun legervoertuigen over de Dam. We mochten weer naar school en naar mijn idee hebben we die eerste weken alle vrolijke liederen die er bestaan geleerd en gezongen.

De vrijheid herwonnen Maar de schade was enorm. Vele gezinnen gehavend, omdat geliefden waren weggevallen. Joden die het overleefden misten vrijwel hun hele familie. Twijfels over keuzes die gemaakt werden. Frustraties bij wie wel overleefden. Nu, anno 2020, zijn er bij veel ouderen nog de posttraumatische gevolgen die nooit overgaan.

 

Hoe gingen we verder? Een lieve en wijze moeder hield ons als kinderen voor: leer van het verleden, maar kijk vooruit. Nu ben jij aan de beurt. Durf keuzes te maken en laat ook anderen tot hun recht komen. Haar geloof? ‘Doe maar gewoon een beetje zoals Jezus was’.

 

75 Jaar bevrijding valt nu samen met een virus dat ons belaagt. Straks zal er ook daarvan bevrijding zijn. ‘t Zal wat bevrijding betekent voor velen heel concreet maken.

In de kerk is er – gekoppeld aan Pasen – nu al geruime tijd het Exodusverhaal. Onze predikanten winden er geen doekjes om: het zijn verhalen, maar juist ook nu wel heel actueel. Bevrijding, maar dan ben je er nog niet en begint het pas.

Zo was het in 1945. Het zal in 2020 niet anders zijn en zeer waarschijnlijk zelfs niet gemakkelijker. Omdat er grenzen overschreden zijn en veel dingen anders moeten.

 

Het was weer Pasen met het verhaal van de Opstanding. Wat zei op Paasmorgen Joep Dubbink? Het gaat erom het leven van Jezus vorm te geven in ons eigen leven.

Ik dacht weer even aan mijn moeder terug. Maar tegelijk denk ik dan vooruit. In de tempel die onze wereld is, zullen in de toekomst nog heel wat tafeltjes omver moeten. Matteüs 21. Weer zo’n verhaal dat zeker aan actualiteit niet heeft ingeboet.

Job Dienske