Eredienst

Kaarsen

Sinds enige tijd steken we in De Schutse twee kaarsen aan bij het begin van de dienst. Onlangs kwam in de kerkenraad de vraag op: ‘waarom deden we dat ook alweer?’ Goede vraag, die je af en toe bij alle liturgische gewoonten moet stellen.

Licht is overal een teken van hoop, in de hele samenleving. Op momenten van rouw, op plekken waar iets dramatisch gebeurd is, steken we waxinelichtjes aan. Bij sommige monumenten brandt een gedachtenisvlam. Rondom de kist van een overledene steken we kaarsen aan, en dan hebben we eigenlijk geen toelichting nodig: dat kleine lichtje staat voor het vertrouwen dat het tóch doorgaat, ondanks die ramp, ondanks dat verlies. Dat overstijgt culturen. ’Het is beter een kaars aan te steken dan de duisternis te vervloeken’, zo luidt een Chinees spreekwoord.

Het aansteken van onze kaarsen ligt in diezelfde lijn, maar er komt één ding bij: wij ontsteken ons licht aan de Paaskaars, die grote kaars die elk jaar vernieuwd wordt. Dat doen we op Pasen, als we vieren dat zelfs het diepste duister van Godswege overwonnen is: de dood van de Messias, de mens die Gods belofte van liefde in zich droeg.

Aan die kaars, die altijd al brandt als we de kerk binnenkomen, ontsteken wij symbolisch óns licht. Om ook in dat gebaar net als in de eerste woorden van de dienst (‘Onze hulp’) te onderstrepen: daar komen onze hulp, onze hoop en onze verwachting vandaan. En waarom dan twee? Ach, één kaars is zo weinig (‘één getuige is geen getuige!’) en voor de symmetrie. U mag daar iets bij denken, voor dag en nacht, voor zondagen en weekdagen, ‘goede tijden slechte tijden’, voor oude en nieuwe testament, dat is niet vastgelegd – als het licht maar blijft schijnen!

 

Gebed over de gaven

In verschillende kerkelijke tradities wordt een gebed over de collectegaven uitgesproken. Sommige gastvoorgangers deden dat ook al in onze diensten. Het is zeker voor de diaconale collecte een heel oude traditie: in de kerk van de eerste eeuwen werden tastbare gaven, brood, vruchten en wijn, door de kerkgangers meegenomen, en daarvan werd zowel de Maaltijd van de Heer gevierd als uitgedeeld aan behoeftigen: avondmaal en voedselbank in één. Vandaar dat vanuit de diaconie de gedachte opkwam, of dat ook in onze liturgie een plaats kan krijgen. Na samenspraak met de Commissie Eredienst kwamen we tot de afweging dat dat zou kunnen. Het gebed bepaalt ons erbij dat geven niet zomaar iets vrijblijvends of willekeurigs is. Voorlopig zullen we niet in alle diensten maar in de avondmaalsdiensten dit gebed over de gaven in de liturgie opnemen.

 

Aandacht voor de aandachtswand

De aandachtswand achterin de kerk wil een plaats zijn voor een stil moment, ruimte geven voor gedachten, mogelijkheid bieden een lichtje aan te steken met speciale gedachten aan iemand anders, of voor jezelf.

Elke zondag verzorgt iemand de wand met bloemen, een symbool, een tekst, een voorwerp.

Ieder doet dat met liefde op haar eigen manier. Dat gaat goed, toch willen we nadenken over andere vormen, nieuwe mogelijkheden, meer ruimte voor gedenken bijvoorbeeld.

Dat doen we samen met de Interieurcommissie en de binnenhuisarchitect, Daphne van der Knijff, alsmede met de Commissie Eredienst.

Een en ander neemt tijd in beslag, u ziet vanzelf wanneer er veranderingen aangebracht worden aan of rondom de aandachtswand. Intussen bent en blijft iedereen van harte welkom om daar zondags even te zijn, voor of na de dienst.

We hebben versterking van onze aandachtswand-groep in de persoon van Tiny van Oostveen. Heel erg fijn, we begroeten haar met vreugde!

Eva Rozendaal, Mia IJsseling, Binnie Klinkenberg en Henriette Wezelman