Hannah Arendt

Bezinning en verdieping

4 en 11 dec

Hannah Arendt en het tussenmenselijke

‘Wat een werk … Voor het eerst werd mij duidelijk hoe grandioos de uitspraak is For unto us a child is born. [Een kind is ons geboren]. Het christendom, dat is toch wel iets.’, schreef de Duits-Amerikaanse politiek denker Hannah Arendt (1906 – 1975) aan haar echtgenoot, nadat ze een opvoering van Händels Messiah had bijgewoond.

Wij zijn niet alleen stervelingen, maar bovenal ook borelingen, beklemtoont Hannah Arendt, die deze gedachte welbewust ontleende aan het christendom. Onze sterfelijkheid, je realiseren dat je eindig bent, roept ons op ons leven in beschouwing te nemen en opent zo de mogelijkheid van een vita contemplativa. Eeuwenlang was het beschouwen het hoogste goed van de filosofie. Onze verrichtingen, ons vita activa, werd daaraan inferieur geacht. Onze nataliteit echter, onze geboortelijkheid, stempelt ons tot wezens die kunnen beginnen. Mensen zijn het die hun geboorte, hun ter wereld komen, kunnen hernemen; hernemen door hun bekommernis om de wereld te activeren, door hun Amor mundi, dat is liefde voor de wereld, tot gelding te brengen. In dit opzicht is Arendts positie vergelijkbaar met die van theoloog Bonhoeffer.

In Totalitarisme (1951) laat Arendt onder meer zien dat het nazisme en het stalinisme, ofwel zogenaamde natuurwetten (nazisme), ofwel historische wetten (stalinisme) tot beginpunten of premissen van hun ideologie maakten. Vervolgens werd hieruit de volstrekt logische conclusie getrokken, dat de massamoorden van het totalitarisme niets anders waren dan de versnelling van natuurlijke of historische processen. Zo kon het gebod: gij zult niet doden, omslaan in zijn tegendeel: gij zult doden. Als denken echter vóór de premissen van de ideologie begint en aldus betrokken en actief wordt, dan vormt deze (symbolische) geboorte een remedie tegen de (totalitaire) logica en dus tegen gedachteloosheid.

Gedachteloosheid. Dat is precies het voornaamste verwijt dat Hannah Arendt Adolf Eichmann maakt. Het proces tegen deze oorlogsmisdadiger in 1961 in Jeruzalem werd door Arendt bijgewoond. Haar kritische verslag daarvan is te lezen in Eichmann in Jerusalem. A report on the banality of evil (1963).

Op dinsdagavond 4 december bespreken we enkele voorname noties in het werk van Hannah Arendt en haar kritiek op het proces en het verwijt aan Eichmann. (Praatstof op papier beschikbaar.)
Op dinsdagavond 11 december laten we de indrukwekkende film zien die er over het leven van Hannah Arendt is gemaakt. In De Schutse van 20.00 – 22.00 u.

Johan Burger