Meditatie voor kerkblad Op Weg

Gebod en vrijheid

Wat goed weer eens bezig zijn met de Tien Woorden, voorheen de Tien Geboden. Die hebben nog steeds bekendheid, ook buiten de kerk. Denk aan de serie in Trouw, en we haalden er als PGU zomaar de Nieuwe Meerbode mee.

Er is wel een klein risico. De kerk was ooit bekend om haar opgeheven vingertje: ‘Denk erom, mag niet!’ Velen hebben het daarmee gehad: ze maken zelf wel uit hoe ze hun zondag besteden, welke taal ze uitslaan en hoe ze hun seksuele relaties vormgeven. Daar heeft de kerk niets over te zeggen. En telkens als de paus, de christelijke leider met de meeste invloed, iets negatiefs over homo’s zegt, zie je die begrijpelijke afkeer versterkt worden.

Anderen zijn juist blij dat er zich nog eens iemand om normen en waarden bekommert. Uitgerekend diezelfde paus heeft behartenswaardige dingen gezegd over armoede, vluchtelingen en klimaat, en probeert een moreel ijkpunt te bieden tegenover politici die altijd belangen hebben. Prima.

Maar of je je nou verzet tegen een normstellend geloof, of dat juist toejuicht, het blijft gaan om ge- en verboden. Soms merk ik dat geloof wel heel makkelijk wordt teruggebracht tot je houden aan bepaalde normen. Dat vind ik wel armoedig. Vandaar ter overweging dit.

De Tien Geboden beginnen niet met ‘je moet’, of ‘je mag niet’. Ze beginnen met God die zich voorstelt, die ‘Ik’ zegt. Die zich bekend maakt aan zijn volk als ‘je God, die je uit Egypte, het slavenhuis, heeft uitgeleid’ (Ex. 20:2). Bevrijding uit de slavernij gaat aan de geboden vooraf! Leven met God is leven in vrijheid, vrij van slavernij en van al wat een mens vastzet, benauwt, krampachtig of angstig maakt (en dat kunnen ook bepaalde vormen van geloof zijn!). Paulus op zijn best wist dat ook: ‘Om waarlijk vrij te zijn heeft Christus ons vrijgemaakt, laat je dan niet weer een slavenjuk opleggen’ (Gal. 5:1).

Dat die vrijheid niet onbegrensd is en niet ten koste van andermens’ vrijheid mag gaan, is natuurlijk duidelijk. Vandaar de geboden, hard nodig om die vrijheid niet opnieuw verloren te laten gaan. Maar leven met God in vrijheid, niet het gebod, vormt het hart van ons geloof.

Augustinus, de grote kerkvader, wilde maar één regel: ‘Heb God lief, en doe wat je wilt’. Dat lijkt roekeloos, kunnen we die vrijheid wel aan? Maar als je God echt liefhebt, wat zou je dan voor verkeerds willen?

ds Joep Dubbink