Meditatie uit kerkblad Op Weg

Dry January

Deze januarimaand is het dry january, een uit Engeland overgewaaid concept om na de feestdagen een hele maand geen alcohol te drinken. Om meteen maar even mijn eigen kaarten op tafel te leggen: ik lust af en toe best een wijntje, maar nee, ik doe zelf niet mee (ter verdediging heb ik er afgelopen jaar al ruim negen sobere maanden opzitten).

Er is van alles te vinden van de trend om aan elke maand een thema te hangen, maar minderen is nu eenmaal makkelijker als je het gezamenlijk doet. En de mediacampagne eromheen draagt bij aan bewustwording over alcohol. Ik heb dus wel sympathie voor het initiatief, al is het maar omdat best wat vaker verbazing uitgesproken mag worden over het gegeven dat we heel moeilijk kunnen doen over alle andere vormen van drugs, maar daarbij ‘vergeten’ dat alcohol eigenlijk ook gewoon een harddrug is, met schadelijke gevolgen bij overmatig gebruik (zowel voor de eigen gezondheid als de verkeersveiligheid). Het zit ook in ons spraakgebruik, we hebben het over drugs én alcohol, terwijl het juister zou zijn om te zeggen: drugs, waaronder alcohol.

Ik las laatst een column van een collega-theoloog, die stelde dat alcohol in het DNA van onze religie zit en dat de kerk zodoende bijdraagt aan de problematische relatie tot alcohol. Zo wijst hij op Jezus’ wonder waarin hij water in wijn verandert en noemt hij het avondmaal een navolging van de opdracht van Jezus aan zijn leerlingen om – wat ze verder ook gaan doen – voor altijd samen wijn te blijven drinken tot zijn nagedachtenis.

Ik erken meteen dat de genormaliseerde houding ten opzichte van alcohol in onze maatschappij net zo goed binnen de kerk te vinden is. Maar ik vond het beeld van deze column wel erg eenzijdig.

Ten eerste staat ‘dronkenschap’ steevast in het rijtje van dingen die een christen volgens Paulus beter kan laten (Ef. 5:18, Gal. 5:21). Daarnaast is het eerste wat Noach na de vloed doet, weliswaar een wijngaard aanleggen (beeld van het goede leven), maar loopt zijn daaropvolgende dronkenschap minder goed af (Gen. 9). Blijkbaar kan er ook een teveel van het goede (spul) zijn en is een boodschap die we door de hele Bijbel heen horen, juist dat wij van maat houden moeten weten.

Het beste advies om mensen die ergens mee willen stoppen bij te staan, vinden we misschien wel in Rom. 14. Gewoon met hen mee stoppen (in ieder geval in hun gezelschap). Verwijt mensen die een poging doen om gezonder te leven in ieder geval níet dat ze ongezellig of lastig zijn (en laat ik maar niet beginnen over de tv-documentaire ‘Roes’, waarin dry january voor één deelneemster nog het meest bemoeilijkt werd door haar partner…). Goede voornemens nu al opgegeven? Gelukkig biedt de vastentijd maar liefst veertig dagen van herkansing. Want periodes van onthouding en zoeken naar nieuwe balans zitten in het DNA van onze religie.

ds Florisca van Willegen