Meditatie voor kerkblad Op Weg

De schat van De Schutse

In de JO!gezinsviering van zondag 11 februari werden briefjes ingezameld met woorden, soms zinnen, waarin de kerkgangers opschreven wat kerk-zijn voor hen betekende. De bedoeling was, die ‘Schat van De Schutse’ als een tijdscapsule te begraven in de tuin bij de kerk. Voor het nageslacht, zodat wie ooit de ruïne van deze kerk zou opgraven, nog kon weten wat ons bezield heeft, wat wij deden, waar wij voor gingen.

Totdat voortschrijdend inzicht (wel een beetje vooropgezet, moet ik bekennen) ons deed beseffen dat deze schat eerder voor nu is. Ons geloof is weliswaar een geheimenis, maar niet bedoeld om geheim te houden! Dus heb ik mezelf maar aangesteld als tijdelijk schatbewaarder en de taak op me genomen, die schat met u te delen.

Sommige briefjes zijn beschrijvend en vertellen wat we hier doen: bidden, zingen, luisteren naar Gods woord, Bijbelwoorden die worden uitgelegd. Andere schrijvers, misschien nog wel meer dan die eerste groep, leggen nadruk op het samenkomen. Ik heb niet geteld, maar ik vermoed dat ‘samen’ het woord is dat het meest op de briefjes voorkomt. Daarin herken ik onze gemeente: sterk op elkaar betrokken. ‘Houd moed, heb lief’, het motto uit de coronatijd, was nog niet vergeten. Fijn dat iemand De Schutse ‘een veilige plek’ noemde, ‘waar ik met God kan communiceren en bidden’.

Daar viel de naam van de Eeuwige en dat gebeurde meer. ‘Jezus, mijn grote voorbeeld’. ‘Breken en delen’ verwees naar het Avondmaal, want dat vierden we. Ook de wijde blik werd gezocht, naar buiten onze kring: iemand noemde ‘gesprekken over de nieuwe wereld waar geen pijn en haat is’. De regel van Henriëtte Roland Holst, ‘De zachte krachten zullen zeker winnen op het eind’ zei ook veel. Sommigen gingen richting mystiek, iemand waagde: ‘God was hier aanwezig’. Dat is mooi, blijkbaar heb je dat dan zelf ervaren.

Deze eenvoudige werkvorm werkte door. Een dag later vertelde ik het gebeuren aan iemand die er niet bij kon zijn en vroeg wat zij zou hebben opgeschreven. ‘Houvast’. Mooi, zei ik, ja, geloof geeft houvast. Maar zij verbeterde: ‘Nee, dat ik vastgehouden wórd!’ En ineens zag ik het: geloof als houvast, dat is zwoegen. Want dan moet ik me aan iets (of Iemand) vastklampen, en o wee als ik loslaat, dan val ik. Maar dat ik vastgehouden word, dat is pas echte troost. Mijn dag was goed.

Ds. Joep Dubbink