Meditatie voor kerkblad Op Weg

Zouden jullie niet ook…

Johannes 6:67 – waarom blijven we?

Al jaren geleden zei een vriend, geen kerklid, eens tegen me en hij bedoelde het sympathiek: ‘Is dat nou niet vervelend, te werken in een organisatie waarmee het bergafwaarts gaat?’ Ik schrok ervan, want ik wist natuurlijk ook wel van de teruglopende cijfers, de kleiner wordende gemeentes. Maar ik had allang besloten me dat niet persoonlijk aan te trekken en te doen wat zinvol gedaan kon worden met de mensen die daaraan mee wilden doen. Maar ja, als dat er steeds minder zijn… Elke uitschrijving, of iemand nou zegt ‘Het zegt me eigenlijk al een tijd niks meer, het geloof’, of ‘Ik geloof wel, maar daar heb ik de kerk niet voor nodig’, roept een vraag op: waarom blijf jij eigenlijk nog wel?!

In het evangelie van Johannes lopen op zeker moment ook veel volgelingen van Jezus weg. Ze vinden zijn woorden te tegendraads, ze zoeken het ergens anders. Jezus benoemt de onuitgesproken vraag en zegt tot de twaalf intimi: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ Je moet maar durven! Stel dat ze zeggen: ‘We wilden er niet over beginnen, maar nu je het zo zegt…’ Maar Simon Petrus (wie anders) zegt namens die twaalf iets anders: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven…’ (Joh. 6:67-68). Dat klinkt mooi en oprecht. Wat zouden u of ik antwoorden op die vraag? Uw antwoord zou ik graag eens horen, het mijne geef ik, voor wat het waard is.

Op geloven is veel af te dingen. Veel vragen zijn niet te beantwoorden: waarom zoveel ellende in een wereld die door een goede God bestuurd wordt? Waarom zo weinig van God te merken, geen doorslaggevend bewijs? Waarom zijn gelovigen zo vaak intolerant en leidt geloven vaak tot strijd en geweld? Moeilijke vragen.

Maar dit leven blijft een wonder en wie is daar de bron van? Daar is een verhaal over dat niet zonder een Naam kan van een bijzondere God. Wat ik lees over mensen die zeggen door die God aangeraakt te zijn, aangesproken, gekend, geliefd, die woorden zijn me zo dierbaar geworden dat het mijn woorden zijn geworden en ik me inmiddels, via via, aangesproken, gekend en geliefd weet. Mensen met wie ik dat deel, even, in een woord, in stilte, in een gebaar, zegen, brood en wijn, zijn anders dan vrienden maar ik weet me intens met hen verbonden. Dat Geheim, daar ben ik vaak ver uit de buurt, soms heb ik er ook even helemaal geen behoefte aan, maar loslaten kan ik het niet, of het laat mij niet los.

Daarom blijf ik. Nu mag u.

ds Joep Dubbink