Meditatie uit kerkblad Op Weg

Aangeraakt

We gaan alweer de vierde maand tegemoet waarin we gebonden zijn aan de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Gelukkig is er al wat versoepeling en ik zie er naar uit om u weer te ontmoeten waar dat kan. Maar we zijn er nog niet, voorzichtigheid blijft geboden. En hoe langer de maatregelen voortduren, hoe meer ik fysiek contact en vooral de vanzelfsprekendheid daarvan begin te missen. Het begroeten met een handdruk, even een arm op de schouder. Het is ineens allemaal niet meer normaal en juist die momenten waarbij je normaal iemand aan zou raken zijn omgeven met extra ongemak. Ik ben de enige niet: in een radio-interview hoorde ik iemand zeggen dat, nu de maatregelen langer voortduren, vooral de maatregel om zijn moeder op leeftijd geen knuffel te mogen geven, het moeilijkst was om vol te houden. En jongere alleenwonende mensen zoeken ‘corona-buddies’: één of twee vrienden met wie je afspreekt zonder afstand te houden. De behoefte aan contact hoort wezenlijk bij ons mens-zijn en hoe wezenlijk dat is, wordt extra voelbaar nu we er meer verstoken van zijn.

Juist nu valt me daarom ook op hoe fysiek de genezingsverhalen van Jezus vaak zijn. Denk aan de genezing van een blinde door diens ogen aan te raken (Joh. 9). En ook melaatsen, die zich vanwege mogelijke besmettelijkheid moesten afzonderen, genas hij door ze fysiek aan te raken (zoals de melaatse man in Lucas 5:12-13). Hoelang zou deze melaatse man al niet aangeraakt zijn? Het raakt mij hoe Jezus de nabijheid zoekt, ongeacht wie het is of hoe de maatschappij hen uitstoot. In deze verhalen worden mensen weer richting het leven gezet door de warmte van een aanraking. Dat iemand je ziet, je nabij is, je aanraakt – dat alles werkt helend en zet mensen weer richting het leven. Onze fysieke gesteldheid en mentale gezondheid zijn met elkaar verbonden.

Het is bijna Pinksteren. We vieren hoe mensen nog altijd geïnspireerd en geraakt worden door de geest van Jezus. Jezus navolgen betekent hier natuurlijk niet dat wij de maatregelen moeten negeren: zij dienen om onszelf en de ander veilig te houden. Het betekent voor mij wel een erkenning en herwaardering aan onze behoefte aan contact – ook de fysieke kant daarvan. En ik denk aan allen die alleen wonen, of wie juist nu een troostvolle aanraking zouden kunnen gebruiken. Het doet verdriet dat dat even niet kan. En hoewel het een echte aanraking niet volledig vervangt, is het juist nu belangrijk om op alternatieve manieren met anderen mee te blijven leven. Het omzien naar elkaar kan het hart raken en de moed erin houden. In mijn hoofd heb ik een lijstje van wie ik allemaal ga knuffelen als dat weer kan. Misschien wel iets vaker dan voorheen.

Ds. Florisca van Willegen