Pastoraat in praktijk

zorg voor elkaar

Pastoraat in praktijk

Een nieuwe rubriek hebben we u beloofd. Over de zorg die we in de kerk voor elkaar hebben en die we ‘pastoraat’ noemen. Voor velen een beladen woord, schreven we de vorige keer al. Want wanneer is zorg pastorale zorg? Moet het geloof of de Bijbel dan ter sprake komen of moet je er ambtsdrager voor zijn om die zorg te kunnen verlenen? En gaat het alleen om zorg die we elkaar binnen de kerkgemeenschap bieden of zijn we pastor voor iedereen die op ons pad komt? Is pastoraat gericht op het geestelijk leven van de ander (zielzorg) of is het net zo goed pastoraat als we de boodschappen voor iemand halen die dat zelf niet meer kan? Een heleboel vragen die we met u willen delen en het liefst ook willen bespreken. Daar gaan we over een tijdje een bijeenkomst voor beleggen. In de tussentijd deze rubriek met korte verhaaltjes, gedachtes en gedichten die ons misschien op een idee brengen of inspireren.

Pastoraat kan je herkennen aan vier elementen, zegt het Dienstencentrum van de landelijke kerk. Het eerste element is Aandacht. Daar begint alles mee.

De zon staat laag en zet zijn kamer in een ander licht:
de donkereiken boekenkast kleurt oranje bruin,
de foto’s aan de muur vergelen.
De herfst verzacht de scherpe lijnen van zijn oud gezicht.
Toch zie ik wel hoe moe hij is.

Te moe om op te staan, vraagt hij mij hem een boekje aan te reiken;
klein, vaal zwart en met versleten rug; de letters op de kaft onleesbaar.
“Bijna zo oud als ik ben”, zegt de man terwijl hij het boek in handen neemt en mij het titelblad toont.

“Ter gelegenheid van uw tiende verjaardag”,
lees ik in een zorgvuldig handschrift uit vervlogen tijden.
“Mooi”, zeg ik: “van wie …. waarom ….”

Met een stil gebaar bezweert hij mij mijn vragen uit te stellen,
te wachten op wat komen gaat.
Zijn handen beven als hij het boekje verder open slaat
en er een ansichtkaart uit haalt.
Er zit een postzegel op van twee cent.
“Hier”, zegt hij, “leest u maar.”

Het is een kattebelletje dat de tand des tijds nauwelijks heeft doorstaan.
Twee zinnen, ondertekend met ‘uw Moeder’.
De man kijkt mij aan, houdt het vast en zegt:
“Dit hier, dit heeft mijn leven gered”.

(Caro Houtkoop)

Het is een mooi en rijk woord: aandacht. Letterlijk betekent het dat je je richt op iets of iemand. Dat je je concentreert, oplettend bent. Vroeger had het woord aendachte ook een mystieke klank. Door aandachtig te zijn kwam je dichter bij het geheim (van de Bron) van het leven. Marinus van den Berg, pastor van beroep, verwoordt het zo:

Aandacht is eerbiedig.
Ze dringt zich niet op.
Ze kan wachten,
ze laat vertrouwen groeien.

Aandacht is ontvankelijk.
Ze stelt zich open.
Ze leeft zich in.
Ze kan ontvangen.

Aandacht is tijd.
Ze neemt de tijd,
ze jaagt niet op.
Ze overhaast zich niet.

Aandacht is attent.
Ze ziet het kleine.
Ze vergeet niet.
Ze doet wat ze zegt.

Aandacht is trouw.
Ze blijft komen.
Ze houdt de lange duur vol.
Ze komt ook in moeilijke tijden.

Aandacht is aanwezigheid.
Ze kent de waarde van er zijn.
Ze weet stil te zijn.
Ze is eenvoudig.

Aandacht heelt onze wonden.
Aandacht versterkt onze innerlijke kracht.
Aandacht schept gemeenschap.
Gelukkig de mens die aandacht
schenkt en die aandacht ontvangt.

Namens de werkgroep Pastoraat,
Caro Houtkoop

P.S. Wat zou het leuk zijn als u door middel van een telefoontje, een briefje of een mailtje naar uw ouderling, contactpersoon of predikant zou reageren op deze rubriek!

 

Lees ook nog Omzien naar elkaar